De Barrington-atlas 0
Boekbespreking

Barrington atlas of the Greek and Roman world, atlas met twee delen „directory”, ISBN 0-691-04962-9, Princeton University Press 2000, prijs UK£ 300.

Voor mij ligt de Barrington-atlas, een boekwerk waarvan je al op het eerste oog onder de indruk komt. Met afmetingen van 34 × 47 × 3 cm³ kost het moeite er een plaats in een boekenkast voor te vinden.
In 102 uiterst gedetailleerde kaarten, waarvan de meeste een dubbele pagina beslaan, geeft deze atlas een geografische samenvatting van de Griekse en Romeinse wereld naar de huidige stand van wetenschap. Ze is welhaast een must voor onze kring. Immers, wie serieuze kritiek wil geven op traditionele opvattingen, zal die opvattingen eerst moeten kennen.

Trouwens, is de atlas wel zo traditioneel ? De eerste aandacht ging natuurlijk direct uit naar kaart 11, die het gebied van de Betuwe tot Straatsburg en de Seinemond toont. En wat zag mijn oog ? Een bruine stippellijn met de toelichtende tekst limit of late antique shoreline recession. Ik zou die lijn zelf getekend kunnen hebben: het is praktisch de NAP+5m-lijn zoals die voorkomt in mijn kaartje in SEMafoor, mei 2000, blz. 6, van Sangatte tot in de Betuwe. 1 Helaas wordt de lijn op de aansluitende kaart 10 met Noord-Nederland niet voortgezet. Dergelijke transgressielijnen komen overigens op meer kaarten voor. Bijvoorbeeld de noordpunt van de Perzische Golf is tussen de 3e eeuw v.C. en de 7e eeuw n.C. 85 km opgeschoven, en ook aan de Turkse westkust worden kustverschuivingen aangegeven.
De bekende „Nederlandse” Peutinger-wegen staan echter gewoon door de Betuwe naar Leiden getekend. En middeleeuwse namen zoals Dorestate zijn niet uit de Romeinse tijd en komen in deze atlas dus niet voor.

Al bladerend kan men allerlei interessante ontdekkingen doen. Wist u bijvoorbeeld, dat het Italiaanse Padua in de oudheid Patavium heette ? Zou dat ook iets met de Bataven-legioenen te maken hebben ?

De kaarten zijn op schaal 1: 500 000 voor het centrale gebied (globaal Italië t/m de Levant) en 1: 1 000 000 voor het buitengebied (van Schotland tot Indië).

In de bijgeleverde „directory”, twee boekwerken op A4-formaat, ca. 1400 pag. totaal, wordt elke naam in de atlas verantwoord, met aanduiding van de moderne namen, periode van voorkomen en bronvermelding. Bij de „Nederlandse” plaatsen vinden we als bronvermeldingen: Schönberger 1985, Bechert 1995, Bogaers 1960, 1974, Kunow 1992, Willems 1981, 1984, Woltering 1975. Uiteraard worden die bronnen elders nauwkeurig omschreven.

Natuurlijk valt er ook wel enige kritiek te geven. Zo stoort het mij dat de namen op de kaart zó letterlijk uit de originele bronnen zijn overgenomen, dat Griekse en Latijnse namen kriskras door elkaar staan. Het huidige Denemarken, Chersonesos Kimbrike (Grieks), wordt bewoond door o.a. Aviones, Teutones en Saxones (Latijn), maar ook door Sabalingioi (Grieks). Naast het Teutoburgiensis Saltus (Latijn) ligt het Melibokon Oros (Grieks). Bovendien is het Grieks zo getranscribeerd naar Latijns schrift dat de oorspronkelijke Griekse spelling niet goed te reconstrueren is (zo is geen onderscheid gemaakt tussen ε en η, en tussen ο en ω; de „iota subscriptum” is genegeerd !).
De nummering der kaarten is onhandig, waardoor men onnodig moet bladeren om aansluitingen te vinden. Zo wordt kaart 56 omgeven door boven 51 en 52, rechts 62 en beneden 61 (61 en 62 staan dus met de punten tegen elkaar). Kaart 1 past onder kaart 2, maar 3 boven 4. Soms is er wèl enige overlapping, soms niet; dat moet de lezer zelf uitzoeken. Om aangrenzende kaarten te bekijken moet men ook herhaaldelijk de atlas een kwart slag draaien, wat bij een oppervlak van opengeslagen ongeveer 50 × 70 cm² soms vreselijk onhandig is.
Bij elke kaart staat een maatschaal in kilometers en mijlen. Onderlinge vergelijking wijst echter uit dat het (in dit kader zinloze) Engelse mijlen betreft. Verwarring met de Romeinse mijlen kan dan natuurlijk niet uitblijven.
Hoogteverschillen zijn, zoals normaal gebruikelijk, door kleurwisselingen aangegeven. De grenzen liggen daarbij op 250, 500, 1000, 2000, enz. Engelse voeten. De voor onze (en sommige andere) streken zo essentiŽle kleine hoogteverschillen rond zeeniveau krijgen helaas geen aandacht.

De afzonderlijke kaarten hebben elk hun eigen „auteur”, die in de Directory verantwoording aflegt. Daarbij blijken soms flinke verschillen in aanpak. Zo valt het op, dat voor sommige kaarten de Directory een enorm aantal „unlocated toponyms” signaleert, terwijl dit fenomeen bij een aangrenzende kaart nauwelijks voorkomt. Soms komen plaatsen die gewoon nabij de rand van een kaart staan in de directory van de aangrenzende kaart voor als „unlocated toponym”. Voorbeeld: Pullion (uit Ravennas 4.32) staat op kaart 41, maar komt als unlocated toponym voor in de Directory van kaart 39.
Van elk toponiem wordt in de Directory de bron genoemd. Als bijzonder storend ervaar ik daarbij dat dit overwegend moderne literatuur betreft, en men dan de originele vermelding uit de oudheid slechts kan achterhalen via die moderne bron. In de praktijk is dat natuurlijk nauwelijks te doen door de enorme diversiteit van die moderne bronnen.
Nog een hinderlijk detail: Bij de unlocated toponyms wordt meestal een globale plaatsaanduiding gegeven. Volkomen willekeurig gebeurt dat nu eens met antieke, dan weer met hedendaagse aanduidingen. In het eerste geval kan men zich dus op de atlaskaarten zelf oriŽnteren, maar in het andere geval is men genoodzaakt moderne kaarten te hulp te roepen. Een willekeurig voorbeeld (blz. 436 van de Directory): „Statio Sacra, between Tavira and Faro ?”. Tavira en Faro zoekt men in de atlas echter tevergeefs. Hier had dus veel beter „between Balsa and Ossonoba” kunnen staan, de overeenkomstige antieke namen die wèl op de kaarten in de atlas staan.
En een ander: In de directory staan achter sommige plaatsnamen varianten opgenomen, na een §-teken, bijvoorbeeld (blz. 203): Cossium § Vasates. Maar hoe weet je nu dat je Vasates onder de C moet zoeken ? Ook de vele plaatsnamen die uit twee woorden bestaan waarvan het eerste secundair is (bijv. Ad Lunam) of die beginnen met vicus, castrum, forum e.d. zouden (ook) onder het tweede woord gealfabetiseerd moeten zijn.

Wie deze atlas wil bezitten moet flink in de buidel tasten De prijsopgave is op internet £ 300 (ƒ 1100) of $ 475 (ƒ 1235). Het is overigens niet eenvoudig het werk te bemachtigen. Wie het boek via internet wil bestellen wordt vanuit de website van de uitgever Princeton U.P. (u vindt de atlas op www.pupress.princeton.edu/titles/6773.html ) doorverbonden met het email-adres van boekhandel Wiley in Engeland ( cs-books@wiley.co.uk ). Ik bestelde op 22 november 2000 en kreeg als reactie Please be advised that your email has been passed to the relevant department for processing. You will be contacted shortly. Enkele latere emails met navraag leverden dezelfde stereotiepe reactie, die kennelijk automatisch wordt gegenereerd. Een brief werd niet beantwoord. Tenslotte annuleerde ik op 5 april 2001 de bestelling (met dezelfde reactie !) en verwierf het boek nadien langs een irreguliere omweg.

W. BvC.

* *